INGE BRAECKMAN  'GENEALOGIE VAN HET CREATIEF VERBOND'

 

In de film Stalker (1979) van de Russische cineast Andrej Tarkovsky, die in 1932 geboren werd en 54 jaar later overleed, ontmoeten aan het begin van de film drie personages – namelijk een Schrijver, een Fysicus en Stalker zelf – elkaar in een bar van waaruit ze vertrekken naar de zogenaamde Zone. Die Zone wordt aan het begin van deze film gekenschetst als een voortbrengsel van een hypercivilisatie en doelt op een niet nader aangegeven plaats waar afstand en tijd niet gelden. We zien de personages op tocht door een door de industrie geregeerde en gedomineerde natuur. Als een soort van filosofische queeste. Vrouwen mogen niet mee. Water, modder en een bruinige kleur overheersen de setting in deze film, die zich in een soort van Niemandsland lijkt af te spelen. De film begint met het volgende citaat:

 

‘Wat was het?’

‘Het vallen van een meteoriet.’

‘Een bezoek van de inwoners van een kosmische afgrond.’

‘Hoe dan ook in ons kleine land verscheen het wonder der wonderen – de Zone.’

 

Wanneer ik naar de landschappelijke werken en de sculpturen van Hendrik Vermeulen kijk, komt de reminiscentie aan Tarkovski’s film automatisch bij me naar boven drijven. Vermeulen toont ons robuuste, verweerde landschappen en sculpturen waarin vaak een object (denken we maar aan een veer, een steen, een stoel, een ventilator) en nooit een mens een (hoofd)rol lijkt te spelen en speelt. De Natuur is nooit idyllisch maar doorspekt en onlosmakelijk verbonden met restanten, sporen, ingrepen van een door de mensen geregeerd technologisch tijdperk. Hoewel heel aards (gewoon al door de materiaalbehandeling en door het kleurenpalet dat hij hanteert), verraden zijn werken, en hiermee doel ik vooral op zijn schilderijen die op paneel zijn gemaakt, iets van een dreiging en wekken ze de verbeelding op. Zijn schilderijen op paneel ontstaan nu eens door verbranding, dan weer door schuren, afpellen, inkerven, uitzagen, kortom door zaken te tonen door ze te laten verdwijnen of te bewerken en zodanig net zichtbaar te maken – Vermeulen kent en doorleeft zijn materiaal en werk, zelfs wanneer het ‘gewoon’ een steen betreft. Zijn taferelen spelen zich af op onbestemde, ondefinieerbare en onduidelijke plekken, waarbij de vervreemding van de werkelijkheid opmerkelijk is. De kijker is er het gevoel van tijd en ruimte kwijtgeraakt.

Het evenwicht van en in de sculpturen treft en is fragiel. Hoewel er ruw en vaak hard aandoende materialen worden gebruikt, hebben zijn sculpturen iets van een fragiliteit en benadrukken ze de broosheid van het wezen der dingen. Reële, echte en gevonden stukken worden gecombineerd met stukken die door de kunstenaar zelf zijn gemaakt.

Deze hele tentoonstelling die hier vandaag in Light Cube opent, is in feite als een grote installatie opgezet, waarin wij, de toeschouwers, als de enige menselijke gedaantes en personages figureren en wandelen – zoals de ervaring van een wandeling door het landschap is de ervaring van het wandelen doorheen deze tentoonstelling voor Hendrik Vermeulen van primordiaal belang. Stijgen en dalen, de verbinding tussen hemel en aarde (iets wat letterlijk wordt weergegeven aan de hand van de trap) komen in deze tentoonstelling tot uiting. Ook de trap in de galerie geeft een letterlijke beweging en interpretatie daarvan weer. En het is niet toevallig dat de tentoonstelling hier op het terras op de eerste verdieping ‘eindigt’ met een trap die naar de hemel lijkt te gaan. Als kunnen we een soort van Dantiaanse beweging maken en de hemel bereiken. Sommige sculpturen staan onmiddellijk op de grond (om ‘contact’ te houden en te hebben met de aarde), andere hangen aan de muur of staan dan weer op een tafel.

Het ankerpunt van deze tentoonstelling en centraal is de kaart die we hier op de benedenverdieping zien: deze kaart zet de toonaard, niet alleen van de tentoonstelling, maar van het hele oeuvre van Vermeulen. Als een tekening, als een grote, steeds groeiende collage die nog niet af is en wellicht nooit af zal zijn, als een constellatie geeft ze de kern van het hele werk en de creatieve geest van Vermeulen aan. Dit gebied toont verschillende zones die met elkaar verbonden worden. We ontwaren rivieren, ladders, buizen, stoelen – namelijk alle motieven die in het hele oeuvre van Vermeulen terugkeren – die in een landschappelijk aandoende setting worden weergegeven. De kaart geef verschillende perspectieven weer: ze fungeert als een plattegrond, maar toont ook bovenaanzichten. Ze fungeert niet alleen als navigatiesysteem maar ook als het mentale laboratorium waaraan het hele universum van Hendrik Vermeulen ontspringt. Ze is de bron der creatie, het lichaam van de inspiratie, de ader waardoor het bloed stroomt.

Alvorens u de tentoonstelling bezoekt en het glas heft, wil ik dan ook besluiten met een frase van Tarkovsky, die natuurlijk over de tijd gaat: ‘Alleen in de tijd realiseert de mens zijn individualiteit. En ik bedoel hiermee niet de lineaire tijd, het tijdsverloop dat de mogelijkheid biedt een handeling te verrichten als onderdeel van een reeks handelingen, maar het gaat mij om de tijd als toestand, als individuele tijdservaring die de mens in morele zin voedt en tot creativiteit opwekt. Deze tijd is een vlam.’

[tekst geschreven naar aanleiding van de opening van de tentoonstelling ‘Echomanie’, Light Cube Gallery, Ronse, 15 september 2013]

 

 

I